Tag Archives: omgangsvormen op het werk

Verantwoordelijkheid dragen

Een arts-opleider van een jonge arts vertelde me dat de jonge arts opziet tegen het einde van haar opleiding. Nu kan ze nog bij hem terecht omdat hij toeziet op haar werk met patiënten. Straks staat ze er helemaal alleen voor. Althans zo voelt ze dat. Soms meldt ze zich ziek, een paar dagen, om even bij te komen. Ze verwerkt dan de spanning en gaat daarna weer aan het werk. Dat is niet een goede oplossing. De kans is groot dat als ze zelfstandig gaat werken, ze echt onderuit gaat.

Niet voor niets is de uitdrukking verantwoordelijkheid dragen. Verantwoordelijkheid weegt zwaar. Het voelt als een gewicht op je schouders. Als je na je opleiding in je eerste baan gaat werken, dan voel je dat in alle hevigheid. Je bent arts en de patiënten zijn jouw verantwoordelijkheid. Je bent onderwijzer en de leerlingen zijn jouw verantwoordelijkheid. Je bent gezinscoach en de cliënten zijn jouw verantwoordelijkheid. Op een dag gaat er iets niet goed, dat gebeurt zeker; ook jij bent maar een mens en mensen maken fouten of er gaan dingen mis ondanks jouw inspanningen. Je zit er enorm mee. Waar ga je naar toe?

Je hebt een konvooi nodig. Een konvooi is een groep mensen, die met je meevaart op de stroom van het leven, zoals koopvaardijschepen samen met elkaar varen ter onderlinge bescherming. Het begrip komt van de ontwikkelingspsycholoog Erikson, die de ontwikkeling van baby tot bejaarde beschreef. In elke levensfase heb je – voor een goede sociale ontwikkeling naar volwassen zelfvertrouwen en het kunnen dragen van (beroeps-)verantwoordelijkheid –  zo’n konvooi nodig. Voor de meeste jonge kinderen is dat het gezin, maar hoe zit dat als je volwassen bent?

Partners zijn elkaars konvooi in hun privéleven. In een volwassen relatie heeft de ene partner sterke kanten die de ander tot steun kunnen dienen en andersom. Singles hebben vaak een groep vrienden die elkaars konvooi zijn in het privé leven.

Hoe is dat op jouw werk? Kun je terecht bij collega’s en je baas als je een moeilijkheid tegen komt of als de verantwoordelijkheid zwaar weegt? Zorgen zij dan voor jou? Doe jij dat ook voor hen?

De opleider in het voorbeeld heeft tot taak de jonge arts te leren een konvooi te creëren. Een konvooi creëren kan op formele wijze maar ook informeel.Formele manieren zijn: intervisie, werkoverleg en dergelijke. Informele wijzen gaan over de betrekkingen tussen mensen: vanzelfsprekendheid om even aan elkaar te vragen hoe het gaat, echt luisteren als iemand met een half woord aangeeft moeite te hebben met een gebeurtenis.

Een konvooi vergt onderhoud. Net als vriendschap blijft een konvooi alleen bestaan als je er tijd en aandacht aan besteedt. Beschouw het onderhouden van je konvooi als een deel van je beroepstaak. Daarmee verhoog je de kwaliteit van je werk en voorkom je overspanning of erger.

Allereerst heeft iedereen zelf de verantwoordelijkheid voor het zoeken en in stand houden van een konvooi. Maar oudere, ervaren mensen roep ik op om daar in algemene zin de juiste sfeer voor te creëren. Het begrip konvooi kan helpen om het gesprek erover te openen.


Gefeliciteerd, jij bent een uitzondering!

In mijn vorige blog beschreef ik wat er gebeurt met een iemand die een zichtbare uitzondering is in een groep.Het zag eruit als allemaal nadelen. Dat valt echter nog te bezien.In deze blog bespreek ik een aantal voordelen. Eén  voordeel voor iedereen die een uitzondering is, één voor jonge mensen en één voor vrouwen ongeacht hun leeftijd. 

1. Bij gelijke geschiktheid wordt de voorkeur gegeven aan… In Nederland wordt over het algemeen gestreefd naar een percentage van mannen/vrouwen/minderheden dat overeenkomt met ofwel de beroepsgroep ofwel de maatschappij in het algemeen. Een team met een diverse samenstelling  is vindingrijker en effectiever dan een eenzijdig samengesteld team. Dat geldt voor diversiteit in man/vrouw, in afkomst, in leeftijd etc.

Wil je je baan niet te danken hebben aan een voorkeursbehandeling? Vraag je dan af of je je baan ook niet wilt hebben omdat je opvalt met je brief, iemand kent bij het bedrijf, dichtbij woont of via via een kans krijgt. Juist in de veelheid van sollicitanten is elk voordeel meegenomen. Natuurlijk wel op voorwaarde van het eerste deel van de zin: bij gelijke geschiktheid…

2. Jonge vrouwen en mannen hebben een extra voordeel: seksualiteit. Hoewel menigeen vindt dat seksualiteit geen rol mag spelen daar waar het gaat om professionaliteit, is dat natuurlijk wel het geval.En als je de enige man of vrouw bent, heb je in een omgeving met veel resp. heterosexuele vrouwen of mannen een voordeel. Daarmee bedoel ik niet dat je via het bed toegang tot werk moet zien te krijgen, maar gewoon in de dagelijkse impliciete communicatie speelt seksualiteit een rol.Toen ik afscheid nam van mijn eerste baan, heb ik exit-gesprekken gevoerd met enkele opdrachtgevers en cliënten om ervan de leren; allen mannen. Ik vroeg aan een cliënt waarom ze mij gekozen hadden voor deze opdracht (en niet een van de andere 15 interne adviseurs, mannen). Dit was het antwoord: “Ik kan het nu wel zeggen, want je hebt het goed gedaan. We hadden tegen elkaar gezegd: als ze niets kan, is ze altijd nog leuk om naar te kijken.”Positief geformuleerd: ik heb een kans gekregen die een mannelijke collega niet heeft gekregen. Een voorbeeld voor mannen: in een team van een basisschool bestaande uit voornamelijk vrouwen, krijgt de enkele man in het team meer spreektijd en aandacht dan wie dan ook. Hij heeft daardoor meer invloed dan de andere teamleden.

3. Een vrouw krijgt meer voor elkaar bij een man dan de ene man bij de andere. ”Gebruik je vrouwelijke charme” lijkt een gevaarlijk advies. Er zijn vooroordelen over vrouwelijke charme die juist tegen je werken: het spreekwoordelijke domme blondje is daar een voorbeeld van. Met vrouwelijke charme bedoel ik de mogelijkheid om als vrouw met argumenten invloed uit te oefenen. Als mannen het met elkaar oneens zijn, steekt competitie vrijwel altijd in meer of mindere mate de kop op. Als het sterk is, wordt het hanengedrag  genoemd. Het gaat dan om het winnen en niet meer (alleen) om de argumenten. Als vrouw roep je niet zo gauw competitie op, d.w.z. als je je niet aanpast aan de mannelijk toon, maar de vrouwelijke toon gebruikt. Dan kunnen mannen jouw mening  accepteren en overnemen zonder het gevoel de verliezer te zijn. Dit voordeel blijft met de jaren, het wordt zelfs steeds duidelijker.

Iedereen maakt gebruik van zijn of haar sterke kanten. Sterke kanten zijn niet alleen (karakter-)eigenschappen, maar ook kwaliteiten die in een team schaars maar hard nodig zijn. Het is dus volstrekt acceptabel dat jij gebruik maakt van je uitzonderingspositie.


Ben jij u?

Net afgestudeerd, tijdens je sollicitatiegesprek of in je eerste baan, kom je tegenover iemand van 60 te staan. Zij stelt zich voor als “ Els van de Berg”. Jij zegt jouw voor- en achternaam. Wat betekent dat? Ga je elkaar tutoyeren?

Vroeger was het duidelijk wanneer je elkaar tutoyeerde op het werk. Tot ongeveer 1970 spraken alle volwassen collega’s elkaar aan met u. Als je ging werken na je studie, dan werd je vanzelf meneer of mevrouw (of juffrouw als je ongetrouwd was!) en u. De enige manier waarop dat kon veranderen was: de oudere stelde voor dat je elkaar ging tutoyeren en de jongere aanvaardde dat. Er was één wonderlijke tussenvorm: mannen spraken elkaar wel aan met alleen de achternaam en jij. Dus: “Pietersen, wat vind jij…” Voor vrouwen bestond een dergelijke tussenvorm niet.

Toen mensen die nu rond de 60 zijn, jouw leeftijd hadden, begonnen de gewoonten drastisch te veranderen. Op de universiteiten begon iedereen elkaar met de voornaam en jij/jou aan te spreken, alleen hoogleraren konden zelf nog kiezen hoe ze het wilden hebben. Er was dus nog enig hiërarchisch verschil in aanspreekvormen. Buiten de universiteiten werd het steeds onduidelijker.

Sinds 1980 weet niemand meer precies hoe het hoort. De gewoonten begonnen te verschillen per sector  en geografisch. In de Randstad en andere overwegend seculiere gebieden wordt sneller getutoyeerd dan in landelijke, overwegend christelijke gebieden. In het welzijnswerk en het onderwijs wordt door medewerkers onderling en met leidinggevenden alleen maar getutoyeerd, in banken en advocatuur begint men veelal met ‘u’. In de ouderenzorg zie je dat personeel elkaar onderling tutoyeert, maar de cliënten met “u” aanspreekt. Dat is juist formeler geworden, want voor 1980 kwam het voor – toen cliënten nog patiënten waren – dat in een Amsterdams verzorgingshuis een oudere zo werd aangesproken:  “Goeiemorgen  Ome Joop, nou ga ik je eens lekker wassen.”  Toch kun je niet zeggen dat klanten tegenwoordig  altijd met u worden aangesproken: bij de autodealer wel, maar bij de kassa van de supermarkt bij mij om de hoek wordt elke klant met jij aangesproken.  Er is geen algemene regel meer.

Regels voor sociaal contact zijn bedoeld om iedereen op zijn gemak te stellen en respect te tonen. Een eerste contact is per definitie onzeker, je weet immers niet wat je aan elkaar hebt. Duidelijke omgangsvormen beperken die onzekerheid enigszins. Bij gebrek aan regels, kunnen we het doel ervan als leidraad gebruiken hoe we ons dan moeten gedragen.

Terug naar Els van de Berg en jou. Is Els op haar gemak als je jij of als je u zegt? Je hebt geen idee. Zo lang je het niet weet, kun je haar maar beter met u aanspreken. Zij kan, als ze wil, zeggen: “Wat mij betreft ben ik Els hoor”. Je zult verbaasd staan hoeveel ouderen dat niet doen en zich lang u laten zeggen.  Stel ze vraagt je wèl om te tutoyeren, hoe voel jij je dan? Voel je je ongemakkelijk als je een oudere direct tutoyeert? Dan is het lastig. Els had dat een beetje moeten aanvoelen en met jou rekening moeten houden. Maar àls ze het voorstelt, ga er dan op in en doe het, als je kunt.  Ze biedt je aan om op gelijke voet, als collega’s, met elkaar om te gaan. Daar kom je toch voor?