Tag Archives: dilemma

(On-) voltooid leven

Dichtbij mij, mijn dierbare naaste, is een oude vrouw. Tot haar 90e jaar had ze voldoende plezier in haar leven, ook al waren haar man en vele vrienden haar ontvallen. Ze maakte er wat van en gebruikte haar vrijheid, onder andere door overal naartoe te rijden in haar auto.  Toen overkwam haar een ernstige, zeer pijnlijke ziekte, die echter wel te genezen was. Nu is ze een fragiel vrouwtje achter een rollator, de auto is haar “afgepakt”, ze is erg vergeetachtig maar niet dement, hardhorend. Veel bewegingen doen haar pijn. Geen van haar kwalen is levensbedreigend. Ze woont – overeenkomstig  het huidige beleid – thuis met thuiszorg; kinderen en kennissen kijken naar haar om. Pijnstilling lukt niet helemaal. Ze vindt er niets meer aan, ze wil (ook wel eens) dood, maar dat mag  onder de huidige wet niet en dus gaat ze door.

De politiek is zeer geïnteresseerd in kwetsbare ouderen.  Er wordt veel geld besteed aan beleid, commissies en  onderzoeken. Gemeenten doen huisbezoeken om eenzamen te vinden. Veel ziekenhuizen openen op de Eerste Hulp  een specifieke afdeling voor ouderen. Het Openbaar Ministerie onderzoekt euthanasie gevallen. Alles om dit ‘probleem’ verantwoord op te lossen, maar wel zo goedkoop mogelijk.

Het ene kamp vindt dat mevrouw haar zin mag hebben. Ze noemen het voltooid leven. Ouderen in dit kamp voeren actie voor het recht om je leven te laten beeïndigen en sommige partijen (D66) willen zich inzetten voor een wetsvoorstel “voltooid leven” waarbij iedereen boven de 75 zelf mag beslissen. Mijn dierbare naaste verwoordt het zelf zo: “Ik ben over de 90, ik wil niet meer, er is overbevolking, waarom mag dit niet?”  De ‘oplossing’ wordt hier gezocht in het hiernamaals, of je nu gelooft dat daar niets of iets is.

Direct doemen er ethische vragen op: wanneer mag dit, hoe oud is oud genoeg, wanneer is voltooid echt voltooid?  Mag iemand toch nog af en toe genieten of helemaal nooit? Van wie mag je vragen om iemand op verzoek te doden? Of moet zelfbeschikking samengaan met zelf doen?

Het andere kamp vindt dat God of menselijkheid gebiedt om een leven nooit voltooid te achten: de ‘oplossing’ zit in betere omstandigheden.  Als het leven maar prettig genoeg wordt gemaakt, dan krijgt mevrouw er wel weer zin in. Dus vrijwilligers worden geworven, die allemaal af ten toe langs gaan, eenzaamheidsprogramma’s en zorgteams worden ingezet. De mantelzorgers/familieleden gaan meer doen. Maar de levenslust keert er niet van terug, hoeveel je iemand ook omringt – en dat terwijl mevrouw toch niet depressief is. De ‘oplossing’ wordt gezocht in omringen van de kwetsbare oudere, waardoor deze letterlijk in het leven blijft.

Direct doemen andere ethische vragen op: hoeveel mag je vragen van mantelzorgers? Hoeveel mag dit kosten? Welke veiligheidsrisico’s loopt mevrouw zo in haar eentje toch nog vele uren per dag? Wie mag beslissen over iemands leven, zijzelf of anderen over haar zonder haar?

Vroeger, voordat we de euthanasiewet hadden, in een tijd dat er medisch veel minder herstel mogelijk was, vond er rond de eindfase allerlei plaats, dat nu voor de rechter zou komen.  Als mevrouw vergat te eten en drinken, dan liet je dat zo; als ze een longontsteking opliep, dan liet je dat zo,  ook zonder niet-behandelen-verklaring of overleg met de familie. Vervolgens zorgde men dat iemand pijnloos bleef en vredig weggleed (palliatie). Nu zouden de kranten bol staan van “verwaarlozing van ouderen” en zorgverleners zouden terecht moeten staan.

Waar leidt mijn verhaal toe? Niet tot een oplossing, want het vraagstuk van (on-)voltooid leven is niet een  ‘probleem’ dat kan worden ‘opgelost’. De ene oplossing (euthanasie) noch de andere oplossing (omringen) doet recht aan de diepere oorzaak van de situatie van mevrouw: dat je nauwelijks meer vanzelf dood gaat en maar door moet modderen met je gebreken. We weten niet hoe om te gaan met gebrekkig oud zijn. Laten we dat erkennen en stil staan bij dit niet-weten.


Duivels dilemma: zzp’er blijven of een baan zoeken?

Laatst sprak ik iemand die zich als zzp’er heeft gevestigd omdat banen zo moeilijk te krijgen zijn. Het loopt eigenlijk best aardig, dat wil zeggen hij wordt voor van alles gevraagd: een workshop leiden, een lezing houden, in een forum deelnemen. Maar een behoorlijke omzet, echt een inkomen, dat is het niet. Droog brood en zelfs daarvan nog maar weinig. Hij wil eigenlijk de optie van een baan wel open houden. Dan wil hij – om een kans te maken een baan te vinden – zijn hele netwerk laten weten dat hij een baan zoekt. Maar kun je daarvoor uitkomen? Of loop je dan het gevaar dat je eigen bedrijf niet meer serieus wordt genomen en dus de weinige klanten die je hebt, ook nog wegblijven?

Dit is een dilemma: twee alternatieven die aantrekkelijk zijn, maar elkaar uitsluiten.

Kies je voor het ene alternatief (een eigen bedrijf – klanten werven), dan breng je het andere (een baan vinden door overal bekend te maken dat je op zoek bent) in gevaar en vice versa.

Bij een dilemma spelen rationele en emotionele argumenten een rol. Je doet er goed aan om die allemaal eens op te schrijven bij de beide alternatieven. De rationele argumenten zijn de kansen,  de risico’s en de consequenties van beide alternatieven. De emotionele argumenten zijn je gevoelsmatige voorkeuren; die weerspiegelen vaak ook de waarden die onder elk alternatief liggen. Waarden zijn opvattingen over wat goed  of wenselijk is, die ons gedrag sturen, dus ook het jouwe. Zo krijg je twee rijtjes, voor elk alternatief één: de feiten (hoe is de banenmarkt versus een ondernemingsplan) en jouw beweegredenen (wat wil je bijdragen aan de maatschappij, waar loop je warm voor).

Dan zijn er twee manieren om tot een besluit te komen:

1. Je geeft de twee rijtjes gevoelsmatig een cijfer (wat vind je ervan) en je kiest hetgeen het hoogste cijfer krijgt. Je zet het andere uit je hoofd en je probeert het beste te maken van je keuze. Je hebt het dilemma opgelost door één alternatief te kiezen.

2. Je vindt een derde weg, die het kiezen overstijgt. Dat heet een paradoxale oplossing voor een dilemma vinden. In ons voorbeeld: je maakt een bedrijf, waarin je – naar keuze door je opdrachtgever – je in tijdelijke loondienst of als free-lancer laat betalen. Dat zet je duidelijk bij je tarieven. En het zou natuurlijk kunnen zijn dat je ergens blijft hangen in een baan. Ik doe dat zo en het werkt. Juist in tijden van crisis wordt dit geaccepteerd, denk ik. Omdat het voor opdrachtgevers ook handig is om het voordeligste te kunnen kiezen: tijdelijk dienstverband of free-lance.

Voor het omgaan met een dilemma zo op deze manier bestaat een mooie methode, die je stapsgewijs meeneemt vanaf het formuleren van het dilemma tot het nemen van een besluit. Sta je voor een dilemma? Ik help je er graag doorheen.