Category Archives: persoonlijkheid en taak

Een goed gesprek – vervolg

In de vorige blog heb ik de eerste stappen voor het voeren van een goed gesprek genoemd. Maar soms loopt een gesprek zo slecht dat alleen een agendavoorstel niet genoeg is om het vlot te trekken. De ander blijft maar zijn eigen standpunten herhalen, je wordt onvoldoende gehoord. Of het gesprek blijft veel te oppervlakkig naar je zin. Laten we aannemen dat de jonge man zijn baas heeft verteld waar hij in zijn werk zo’n moeite mee heeft, maar de baas wuift het weg. “Och nee, dat gebeurt overal, dat is toch niet zo’n probleem, zo doen we het al jaren”: dat soort argumenten. Wat kan de jonge man dan doen, als hij niet wil opgeven? Hij moet tijdelijk uit de inhoud (het onderwerp zelf) en over het gesprek iets zeggen. Dat werkt krachtig.

Hij kan zijn gevoelens uiten of die van zijn baas verwoorden. Het gaat dan over de gevoelens die tijdens het gesprek spelen, niet over gevoelens die de jonge man had toen hij in zijn werk het probleem ervoer. Hij kan bijvoorbeeld zeggen: “Ik word helemaal moedeloos van dit gesprek.” Of hij kan onder woorden brengen wat hij denkt dat zijn baas voelt, op grond van de toon van diens opmerkingen. “Je klinkt behoorlijk kwaad, klopt dat?” Heel verstandig dat de jonge man er een vraag van maakt. Als je iemands gevoelens raak verwoordt, brengt dat het gesprek ineens een stuk verder, maar als je ernaast zit, brengt het je verder van huis. Door een vraag ervan te maken, klinkt het voorzichtig en dat verkleint het risico. Soms kun je een gedeeld gevoel benoemen: “We zijn allebei enorm kwaad”.

Veiliger en heel effectief is een opmerking over de interactie tijdens het gesprek. Je benoemt wat er gebeurt, je benoemt dus het vastlopen van het gesprek op een heel bepaalde manier. Je beschrijft wat er tijdens dit gesprek tussen jullie gebeurt, wat de een doet en wat de ander doet. In dit voorbeeld kan de jonge man zeggen: “Ik breng steeds naar voren wat ik als probleem zie en jij ontkent elk probleem vervolgens.” De kunst is om dit heel feitelijk te doen, niet je ergernis of interpretatie erbij te geven. Als je daarna een stilte laat vallen, dan wordt de ander uitgenodigd om ook even over het gesprek (dus niet in de inhoud) te reageren, wat hij ziet gebeuren. Je kunt je interactieopmerking nog versterken door er een (agenda)voorstel aan te koppelen. Of je kunt het in “wij”termen doen: “we praten om de beurt maar we komen geen stap verder”.

Als het vastgelopen gesprek weer vlot getrokken is, kun je verder over de inhoud. Want het gaat er tenslotte om dat je je onderwerp op tafel hebt en houdt. Vanzelfsprekend doet je gesprekspartner hetzelfde. Bij SIOO in de basisopleiding voor adviseurs noemden we dit wel “samen dansen op een dansvloer”. Het schema hieronder is de dansvloer en je beweegt je allebei van het ene hokje naar het ander.

160329 hele dansvloer


Spitsuur van het leven: waar zijn je grenzen?

In een vorige blog heb ik geschreven hoe je de druk(te) kunt verminderen als het je teveel wordt. Maar voorkómen is natuurlijk beter dan genezen. Hoe weet je hoeveel je aan kunt? Veel mensen weten dat onvoldoende, want ook onder twintigers en dertigers komen burn-outs (te) veel voor.

Eerst lijk je alles aan te kunnen wat op je pad komt. Je hoeft geen nee te zeggen, dus zeg je ja. Zolang je geen vaste bindingen hebt èn jong bent, gaat dat goed. Immers je kunt snel bijsturen, afzeggen, verplaatsen naar je uitkomt.

In de loop van je leven neem je steeds meer verantwoordelijkheden op je die elke maand een hoeveelheid tijd en energie vragen. Het meest voorkomende rijtje is werk, een partner, een gezin. Het grootste gevaar van overbelasting zit wellicht in de combinatie gezin en eigen bedrijf. Immers het lijkt of je je bedrijfje wel makkelijk kunt regelen en plooien, want je bent immers eigen baas en je zit niet vast aan vaste arbeidstijden. Maar als je je klanten niet snel en goed bedient, dan raak je ze kwijt. Dus het is meer zo, dat je altijd klaar moet staan, altijd tijd vrij moet kunnen maken.

Ongemerkt gebruik je de nacht als uitwijkmogelijkheid. Menigeen creëert zo de noodzakelijke rek in de tijd. Het lijkt een teken dat het goed gaat met je bedrijf en de kinderen lijden er niet onder.

Een burn-out dreigt als je je grenzen te lang overschrijdt. Hoge werkdruk in hoeveelheid werk is niet de enige factor die kan leiden tot burn-out. Stress in allerlei vormen (bijv. onzekerheid over je werk, hoge eisen die aan je gesteld worden, verhuizen, ruzie) vormt eveneens een risico. Hoe meer spanning, des te meer tijd heb je nodig om te herstellen. Dus toch weer: tijd.

Hoe kun je je grenzen bewaken? Mijn ervaring is dat een begroting maken van tijd kan helpen. Maak een lijst van alle taken die je nu op je genomen hebt en schat in hoeveel tijd die in de komende 3 maanden van je zullen vergen. Niet alleen werk, ook privé: hobbies, kinderen, huishouden, familie(verplichtingen), vrienden, alles vertaal je (globaal) in tijd. En je voegt een post toe: onvoorzien. Deze is voor griep, iets leuks dat langs komt, iemand die jou nodig heeft. Het is hetzelfde als een offerte maken voor een klant: hoeveel tijd zul je daaraan besteden? Maar nu beschouw je je hele leven als één grote opdracht met allerlei onderdelen. Tel alle tijd op.

De eerste vraag is: past het totaal in drie maanden? Daarbij kun je ervan uitgaan dat je van de 24 uur er 16 kunt gebruiken èn dat je per dag zeker een uur lege tijd nodig hebt.  De tweede vraag is: bevalt de verdeling van de tijd je? Vind je dat de verhouding van de onderdelen goed is? Wat heeft meer tijd nodig, wat kun je wel missen?

En dan begint het echte werk: maak je begroting realistisch en naar je zin, bespreek met voor jou belangrijke mensen alles wat jouw begroting beïnvloedt. Neemt je partner genoegen met de twee uren per week die je hebt begroot? Je zult merken dat je dan besluiten moet nemen wat werkelijk belangrijk is voor je. Daarna leef je een tijd verder en kijkt eens terug. Klopte je inschatting? Bevalt het? Wat wil je bijstellen?

Natuurlijk hoef je niet volgens strakke tijdsplanningen te gaan leven. Als je af en toe zo’n begroting maakt, krijg je gevoel voor je grenzen en dan weet je, als er een vraag op je afkomt, of je dat er nog bij kunt hebben of niet.


Licht reizen als je ouder wordt.

De vakantie is achter de rug. Hoe heb je gereisd? Met een auto vol spullen, met grote koffers in het vliegtuig, of juist met één rugzak? Licht reizen gaat wat mij betreft niet alleen over vakantie, het is een metafoor voor de wijze waarop je met het ouder worden kunt leven. In het midden van je (werkzame) leven reis je zwaar bepakt: je bent allerlei verplichtingen aangegaan, je moet zoveel werk doen dat je nu maar ook in de toekomst een inkomen verdient, je hebt de zorg voor de volgende generatie en soms ook voor de vorige. Maar als je ouder wordt, dan is het welkom om te proberen zo licht mogelijk te reizen. Hier geef ik enkele voorbeelden hoe ik dat lichte reizen zie. Het gaat veel meer over hoe je je leven inricht, dan over wat je precies doet.

Zo veel of weinig betaald werk als financieel mogelijk is. Nu we steeds langer door moeten werken voordat we met pensioen kunnen gaan, is het des te meer wenselijk om je af te vragen hoe je de jaren boven de zestig inricht. In hetzelfde tempo doorwerken is vaak in strijd met wat je lichaam je vertelt over wat je aan kunt. Door je financiën goed onder de loep te nemen, kun je je loopbaan afstemmen op je levensfase. Voor mij betekent het dat ik afscheid heb genomen van de maatschap waar ik mede verantwoordelijk voor was en dat ik mijn part-time baan heb losgelaten om als zzp’er verder te gaan.

Ruimte voor onverwachte gebeurtenissen. Menig gepensioneerde neemt ogenblikkelijk net zoveel onbetaalde verplichtingen op zich als hij eerst betaalde had. Licht reizen betekent dat je flexibele verplichtingen op je neemt, waardoor je ruimte krijgt voor al wat onverwacht op je pad komt (leuke dingen en moeilijkheden). Er is tegenwoordig veel vrijwilligerswerk waar je duidelijk afgebakende afspraken kunt maken (bijv. drie weken iets doen i.p.v. met regelmaat). Ook in je privé afspraken kun je die flexibiliteit inbouwen (kijk de kunst af van jongeren die pop-up-bijeenkomsten heel gewoon vinden). Geen vaste-oppas-oma zijn maar oproep-oppas-oma, naar een sociëteit gaan waar je elke maand naar toe kunt – maar niet hoeft, een cursus volgen van 6 weken.

Ruim af en toe flink op.  Dit is een tip die niet alleen op oudere leeftijd van belang is. Al je spullen eens door je handen laten gaan, wegdoen wat je niet meer of niet vaak nodig hebt. Het aardige is dat je hiermee aansluit bij een maatschappelijke ontwikkeling waar het gebruik van dingen in de plaats komt van het bezit ervan (bijv. peerby). Het maakt niet alleen meer ruimte in je kasten maar ook in je hoofd.

Zorg voor je konvooi.  Je hele leven heb je een konvooi nodig, mensen die met je meereizen in voor- en tegenspoed. Vergelijkbaar met backpackers die onderweg plezier met elkaar hebben maar ook elkaar helpen. Zeker bij het ouder worden is het belangrijk die mensen die al lang met je meereizen in ere te houden. Minstens zo belangrijk is het om nieuwe mensen, van verschillende generaties, erbij  te leren kennen. Door in je fitte periode als oudere goede contacten te leggen en te onderhouden, verkrijg je steun op je oude dag. De stadsdorpen in Amsterdam zijn een voorbeeld van een nieuwe vorm van konvooi.

Licht reizen ben ik aan het leren. Licht reizen gaat om de tocht en niet om de bestemming. 


Spitsuur van het leven

Veel mensen bevinden zich in het spitsuur van hun leven zo tussen 30 en 45 jaar, als ze een gezin met opgroeiende kinderen combineren met betaald werk buitenshuis. Af en toe kan het water je tot de lippen staan, het gevoel dat het allemaal te veel is.

Je hebt alles redelijk onder controle, maar het is wel hectisch. Allerlei taakverdelingen tussen de echtelieden hangen op het prikbord. Iedereen is moe aan het eind van de dag als er ook nog gekookt, gegeten en naar bed gebracht moet worden.

Je gezin lijkt niet alleen een te managen bedrijfje, dat is het ook. Je merkt dat je de kinderen net zo regelt als je werkzaamheden buitenshuis. Als je dit nu daarmee combineert, kan net nog Marietje tussendoor met haar schoolwerk worden geholpen. Handig dat Jantje even bij een vriendje is, dan kun jij gauw de boodschappen doen.

Het genieten van je rijkdom schiet erbij in. Je baan is interessant en het geld is nodig. Je wilde dolgraag kinderen en je houdt van je partner. Nu spreek je elkaar voornamelijk over wie wanneer een kind kan ophalen. Samen genieten van de ontwikkeling van je koters, gewoon stil zitten en ernaar kijken, lijkt lang geleden. Jullie humeur lijdt er waarschijnlijk ook onder. Kribbig stel je vast dat het een troep is in huis; wie zou die ook weer opruimen? Jij bent er in elk geval te moe voor.

Je kunt je zo wel voorstellen wat ik bedoel. Maar wat kun je eraan doen? Gebruik een half uur voor het maken van een lijstje van vijf dingen, die je het meeste ergernis en stress geven. Kijk wat bovenaan staat in deze top 5. Dat  kan maar hoeft helemaal niet iets tijdrovends te zijn. Iedere keer als het spitsuur je tot radeloosheid drijft, kun je deze oefening doen. Toen ik dit eens deed, merkte ik dat het doen van veel boodschappen met een peuter me uitputte. Een uur tevoren begon de spanning al, in de supermarkt worstelde ik met een lange lijst boodschappen en een peuter die ook alles wilde pakken; thuis had ik nog minstens een uur nodig om weer enigszins een goed humeur te krijgen. Het kostte me al met al meer dan drie uren in plaats van het ene uur dat ik er echt voor nodig had.

Wat je het meeste stress en ergernis oplevert, besteed je uit. In mijn geval zocht ik een middelbare scholier die voor een vast bedrag de boodschappen voor een halve week deed. Hij kreeg mijn fiets met grote fietstassen en een lijst mee. Wat een opluchting! Het maakte dat ik ’s avonds fut genoeg had om van de maaltijd nog een plezierige bijeenkomst te maken.

De valkuil die je zo vermijdt is dat je “iets leuks voor jezelf” zou moeten doen, dat ook nog ergens ingepland moet worden. De kunst is om iets weg te doen, dat je afhoudt van het genieten van wat je al hebt in het leven.


Hoe onze taal maatschappelijke verandering belemmert.

In de sociale media doet de oproep aan vrouwen de ronde om te staken op 1 mei voor wat betreft hun zorgtaken. Onder het motto “Ik ben er even niet” is het de bedoeling dat zij de zorg thuis, voor familie en anderen een dag niet uitvoeren. Uit een onderzoek dat Motivaction deed in opdracht van Women Inc blijkt dat werkgevers verwachten dat vrouwen zwaarder belast zullen worden doordat in de participatiemaatschappij meer mantelzorg verwacht wordt (waarvoor vooral vrouwen zullen opdraaien). Werkgevers vrezen dat vrouwen daardoor risico lopen overbelast te raken en dat hun werk eronder zal lijden. Ook de directeur van het SCP besteedde onlangs in het Financieele Dagblad aandacht aan de taakverdeling. Feit is dat vrouwen veel meer uren thuis en in hun omgeving zorgen en huishoudelijke taken vervullen dan mannen.

Het gaat mij niet om de vraag welke argumenten partners hebben voor hun verdeling van betaald en onbetaald werk. Er zijn altijd redeneringen om die verdeling “redelijk” en “niet te vermijden” te vinden. Het gaat mij er ook niet om, dat in andere landen de situatie anders is, waarmee de “redelijkheid” wordt ondergraven.

Let eens op de taal van alle artikelen hierover. Kim Putters, directeur van het SCP, pleit voor een andere verdeling van “arbeid en zorgtaken”. Wat hij bedoelt is dat “betaalde arbeid” in combinatie met “onbetaalde arbeid (zorgtaken)” te zwaar is. Bovendien worden vrouwen voortdurend opgeroepen “meer te gaan werken” (Women Inc en vele anderen). De oproep om “meer te werken” moet worden gelezen als “meer betaald te gaan werken”. Onze taal houdt de status quo in stand, waarbij vrouwen meer onbetaald werk (bijv. zorgtaken) vervullen dan mannen. Werken/arbeid is synoniem met geld ontvangen voor je werk. Zorgtaken zijn daarmee (ten onrechte) geen werk.

Als we zouden betalen voor zorgtaken, dan was onze conclusie ineens heel anders. We zouden zeggen dat vrouwen meer werken dan mannen. En vrouwen zouden ineens ook economisch zelfstandig zijn, want met twee part-time banen halen ze makkelijk een inkomen waarvan je kunt leven. De druk op mannen om buitenshuis te werken zou afnemen, want betaald werk is wat van een man verwacht wordt (niet alleen door hemzelf maar veelal ook door zijn vrouw). Vrouwen zijn historisch gezien gewend aan gratis werken. Mannen zien onbetaald werk als hobby.

Laten we beginnen met onze taal aan te passen. Werk is werk. Geld is geld. Het beeld van wat mannen en vrouwen doen verschuift als we zorgtaken ook werk noemen. En als we de waarde ervan in geld uitdrukken. Dan wordt duidelijk zichtbaar dat de participatiemaatschappij vooral bestaat uit het niet betalen van werk dat toch gedaan moet worden (zorgwerk).

Ik stel voor dat op 1 mei alle mensen voor hun zorgtaken betaald worden in plaats van dat zij staken. Misschien helpt dat ook om een basisinkomen voor iedereen dichterbij te brengen.

Graag hoor ik ieders mening hierover!


Valse bescheidenheid?

Als je om je heen kijkt en luistert, dan zal je opvallen dat sommige mensen het moeilijk vinden om een compliment te ontvangen. Neem dit voorbeeld: Marieke heeft een omvangrijke klus geklaard als projectleider en haar baas geeft haar ten overstaan van collega’s een flink compliment. Hoe reageert ze? “O, maar dat komt doordat iedereen zo goed meewerkte.” 

Is hier sprake van valse bescheidenheid? De kans is groot dat er (ook nog) iets anders aan de hand is.

Marieke maakt het compliment kleiner of zelfs ongedaan door te zeggen dat de omgeving, niet zijzelf, dit succes te weeg heeft gebracht. In de attributietheorie wordt dit externe attributie genoemd. Dit is sociaal psychologisch jargon voor het verschijnsel dat sommige mensen geneigd zijn succes (of iets anders dat gebeurt) toe te schrijven aan externe oorzaken. Dat is jammer, want terwijl je zelfvertrouwen zou kunnen toenemen als je een compliment krijgt bij interne attributie (als je jezelf als oorzaak van het succes ziet), gebeurt dat niet bij externe attributie. En juist mensen met een laag zelfvertrouwen hebben de neiging tot externe attributie van succes.

Had ze dit ook gezegd als ze juist was berispt omdat het project niet zo goed was verlopen?  Waarschijnlijk zou ze falen juist intern attribueren, dus als haar fout zien. Dat gaat vaak samen. Mensen met een wat laag zelfvertrouwen zijn geneigd om falen aan zichzelf te wijten.En daardoor neemt het zelfvertrouwen vervolgens weer af.

Het omgekeerde komt ook voor. Succes juist aan jezelf toeschrijven en falen aan de omstandigheden. “Ik kon er niets aan doen, dat het niet lukte, want niemand werkte mee”. En “Ja, het is een succes geworden, ik heb er hard voor gewerkt”. Je ziet meteen wat dit met iemands zelfvertrouwen doet.

Vrouwen zijn meer geneigd om succes aan de omgeving (gelukkig toeval, anderen) toe te schrijven, mannen juist aan zichzelf.  En omgekeerd, vrouwen wijten falen meer aan zichzelf, mannen aan externe omstandigheden. Anders gezegd, hoewel zowel mannen als vrouwen een laag zelfvertrouwen kunnen hebben, komt dat bij vrouwen meer voor. En (o.a.) door complimenten af te wimpelen, blijft dat ook zo.

Herkenbaar? Probeer dan om een compliment gracieus in ontvangst te nemen. Alsof je een cadeautje uitpakt. Dat is goed voor jou en ook veel leuker voor degene die jou het compliment geeft. Je hoeft alleen maar “dank je wel” te zeggen.


Hoe leer jij graag?

Als jij iets nieuws wilt leren, bijvoorbeeld de Franse taal, wat doe je dan? Volg je een schriftelijke cursus of reis je direct naar Frankrijk om al doende de taal te leren? Of neem je deel aan een conversatiegroepje?

Toen ik leerde zwemmen, ruim een halve eeuw geleden, moest ik eerst droogzwemmen, d.w.z. op een krukje liggen en de schoolslag maken. Pas toen ik dat kon, mocht ik in het diepe water hetzelfde doen, veilig (!) aan een hengel waaraan een ronde leren band hing, waarin ik lag te balanceren. Ik was voornamelijk bang.

afb-Vaste-Hengel

bron: zweminfo.org

Men dacht toen dat je zwemmen het beste leert door eerst te oefenen buiten of boven het water, voordat je het in het echt ging doen. Inmiddels is al lang bekend dat de meeste kinderen zo niet graag leren zwemmen. Zelf ontdekken vanaf het ondiepe en kijken hoe een ander het doet werkt voor hen veel beter.

Zo heeft iedereen voorkeuren voor bepaalde manieren van leren.  Soms is de voorkeur afhankelijk van wat je moet leren, maar er zijn ook duidelijke verschillen per persoon. Menigeen heeft verscheidene leervoorkeuren.  Manon Ruijters heeft als eerste de volgende vijf leervoorkeuren benoemd:

  • Oefenen – In een veilige omgeving, niet voor het “echie” eerst vaardig worden. Wiskundesommen maken om voor je toets te oefenen. Rollenspellen doen om gesprekstechnieken te oefenen.
  • Ontdekken – in het diepe springen en maar zien of je je drijvend kunt houden. Of aan een nieuwe klus beginnen en al doende leren.
  • Kunst afkijken – je ziet hoe een bekwaam persoon iets doet en dat doe je na. Het meester-gezel leerproces werkt al vanaf de tijd van de gilden.
  • Kennis verwerven – eerst lezen of je laten voorlichten wat er bekend is over een onderwerp, voordat je er zelf mee aan de slag gaat.
  • Participeren – met anderen praten om samen een onderwerp onder de knie te krijgen. Een werkgroep die een nieuw ontwerp maakt, gebruikt gezamenlijk deze leervoorkeur.

Zowel wie onderwijst als wie leert heeft er baat bij te weten hoe mensen leren. Als je weet hoe je deelnemers graag leren, kun je in het ontwerp van de opleiding (of beter: leertraject want het hoeft geen formele opleiding te zijn) daarmee rekening houden. Als individu kun je, als je je voorkeuren kent, je eigen ontwikkeling beter sturen. Dan weet je of je naar Frankrijk moet reizen of een cursus volgen of allebei. Want je hebt meestal niet één voorkeur, maar een profiel: sommige manieren van leren vind je meer of minder je prettig, aan andere heb je meer of minder een hekel.

Leervoorkeuren kunnen veranderen in de loop van je leven. Als je net begint, kijk je misschien liever eerst de kunst af van een ervaren persoon, terwijl je met veel kennis en ervaring makkelijker de strategie van ontdekken volgt (je redt je toch altijd wel). Ouderen lezen vaak eerst een handleiding van een apparaat (kennis verwerven), terwijl jongeren direct aan de slag gaan (ontdekkend leren). Maar er zijn ook mensen die hun hele leven dezelfde voorkeuren of afkeer houden. Rollenspellen? Dat nooit.

Hoe mensen leren – voor mij het boeiendste onderwerp in mijn werk. Wil je weten wat jouw leervoorkeuren zijn? Doe dan deze test.

 

 

 

 

 

 

 


Met welke aandacht doe jij je werk?

Ken je het verschil tussen een secretaresse en een wetenschapper? Een secretaresse die opkijkt van haar computer als je binnenkomt en je vraag beantwoordt, je bovendien helpt herinneren aan een afspraak, tussendoor een telefoon afhandelt en dan toch weer rustig en accuraat verder gaat met het stuk waarmee ze bezig was? Een wetenschapper die een stuk bestudeert en niet hoort dat je binnenkomt en staat te wachten? Wat is het verschil tussen beiden en wat is de overeenkomst?

Beiden voeren hun werk met grote aandacht uit, dat is de overeenkomst. Met die aandacht brengen ze hun werk tot een goed einde.

De secretaresse geeft gespreide aandacht, de wetenschapper geconcentreerde aandacht, dat is het verschil. De secretaresse is in staat steeds één taak naar de voorgrond te halen en die correct en met aandacht uit te voeren, terwijl haar alertheid voor andere taken blijft bestaan. De wetenschapper richt zijn aandacht op één taak en sluit zich af voor verdere taken.

Sommige taken vragen gespreide aandacht, andere geconcentreerde aandacht. En sommige mensen kunnen maar één van beide. Het is duidelijk dat iemand, die houdt van geconcentreerde aandacht geven, zich hopeloos voelt in een baan die gespreide aandacht vraagt en andersom. Je ziet het verschil al tussen kinderen in de peuterspeelzaal: het ene kind komt naar binnen, kiest een speeltje en gaat daarin op. Het andere kind komt naar binnen, kijkt uitgebreid om zich heen, begint met spelen maar gaat ook in op allerlei andere signalen. Tot de eerste soort kinderen horen meer jongens, tot de tweede soort kinderen horen meer meisjes.

Hoe vaker je het één doet, des te meer verleer je het ander. Als je jarenlang voor iedereen klaar hebt gestaan als moeder of als kleuterleidster, lukt het haast niet meer om achter elkaar een boek uit te lezen. En als je jarenlang wiskundige problemen hebt opgelost, raak je van slag als je voortdurend je werk moet onderbreken om iemand van dienst te zijn. De voorbeelden zijn niet voor niets gekozen: er zijn meer beroepen waarin veel vrouwen werken, die gespreide aandacht vragen en meer beroepen waar veel mannen werken, die concentratie vragen. Maar er zijn natuurlijk ook veel beroepen die beide vragen.

Heb jij een sterke voorkeur voor een van beide of kun je allebei? En klopt het werk dat je doet (of ambieert) met jouw voorkeur? Misschien begrijp je nu ineens waarom je schrikt als iemand binnenkomt terwijl je zit te werken of waarom je na het doen van allerlei losse klusjes veel moeite hebt om een stuk te schrijven.

Meer weten? Lees dan een artikel van mijn hand waarin dieper op dit onderscheid wordt ingegaan en op de vraag of je gespreide aandacht en concentratie kunt leren.