Category Archives: Community building

Een goede buur is beter dan een verre vriend

In mijn tienerjaren beschouwde ik buren vooral als sociale controle. In de provinciestad waar ik woonde, wist iedereen in de buurt erg veel van elkaar en men vond er ook van alles van. Gelukkig was er geen universiteit in deze stad, dus ik vertrok opgewekt naar Amsterdam, waar ik genoot van de anonimiteit. Wie mijn buren waren, wist ik niet of nauwelijks en dat was precies wat ik wilde.

Heerlijk om mijn vrienden te kunnen kiezen. Waar ze woonden, om de hoek of aan de andere kant van de stad, was onbelangrijk. Als ze verhuisden, dan zochten we elkaar op. Met de komst van internet werden de mogelijkheden voor contact op afstand groter. Met Skype of FaceTime kun je gesprekken voeren alsof je bij elkaar thuis bent. Ook de gezinsleden verspreidden zich over heel Nederland. De band bleef even goed.

Maar nu denk ik daar anders over.  De verzorgingsstaat is drastisch verminderd. Er wordt geëist dat de omgeving voor je zorgt tot het einde. Allereerst wordt gekeken naar familie, ongeacht waar ze wonen. Ik merk dat bij de zorg rondom mijn oude moeder. Wij kinderen reizen van alle kanten uit Nederland naar haar toe. Inmiddels is ze zo geestelijk en lichamelijk achteruit gegaan dat ze recht heeft op een van de schaarse plekken van verzorgd wonen. Maar waar niet is, verliest de keizer zijn recht. Verder dan een wachtlijst is ze nog niet gekomen. Lichamelijke zorg is wel verzekerd via de WLZ, maar alle overige hand- en spandiensten (opruimen, boodschappen, even ergens naartoe gaan) niet.

Buren zouden veel makkelijker de dagelijkse hand- en spandiensten kunnen verrichten. Dan kunnen familieleden en vrienden op bezoek komen, gewoon voor de gezelligheid maar natuurlijk ook om mee te helpen, bijvoorbeeld met administratie of het regelen van de formele zorg (hetgeen een tijdrovende taak is – weet ik nu). Maar ja, dan moet je je buren niet alleen van gezicht kennen, maar ook een zodanige band hebben opgebouwd dat je bereid bent met zijn allen naar elkaar om te zien. Dus dat komt eerst: een band opbouwen met buren van allerlei leeftijden.

Met dit beeld voor ogen worden in Amsterdam stadsdorpen gecreëerd. Dorpen in de stad. Op www.stadsdorpenamsterdam.nl kun je ze allemaal vinden. De stadsdorpen verschillen naar de aard van de buurt, maar overal vinden de deelnemers dat hun buurt gezelliger is geworden en dat ze daardoor gemakkelijker elkaar een handje zullen toesteken als dat nodig is.

De uitdaging is om een dorp te creëren met modern nabuurschap, maar te veel sociale controle te vermijden.


De kunst van het ouder worden

Er zijn van die perioden in je leven dat je van de ene fase naar de andere toegroeit. In een eerdere blog heb ik de overgang van student naar zelfstandige beroepskracht besproken. In deze blog gaat het over de overgang van de fase van betaald-werken naar wat wel de derde levensfase wordt genoemd: niet-meer-betaald-werken en steeds ouder worden.

Als het lukt je levenskunst te handhaven of te vinden in de derde levensfase, dan kan deze het ”grand dessert” van je leven worden. Dat is echt een kunst, want op veel gebieden moet je jezelf opnieuw uitvinden. Wat doe je de hele dag? Waar geef je je energie aan, waaraan niet meer? Wat is de zin van het leven in deze fase? Hoe ga je om met de ongemakken van je ouder wordend lichaam? Dit zijn voorbeelden van thema’s die spelen.

Bij de overgang van de ene fase naar de andere kan een konvooi plezierig en behulpzaam zijn. Een konvooi is een groep mensen, die met je meevaart op de stroom van het leven, zoals koopvaardijschepen samen met elkaar varen ter onderlinge bescherming. Het begrip komt van de ontwikkelingspsycholoog Erikson, die de sociale ontwikkeling van baby tot bejaarde beschreef. In elke levensfase heb je zo’n konvooi nodig. Dat kan een vaste groep mensen zijn (familie of vrienden) maar ook een groep die je voor de gelegenheid creëert.

Grand Dessert is zo’n tijdelijk konvooi. Een groep mensen (maximaal 12) komt een aantal keren bijeen. Met elkaar bepalen ze de thema’s die aan de orde zullen komen en iedereen verbindt zich om één of meer thema’s uit te werken tot een bijeenkomst. Vervolgens worden die bijeenkomsten gehouden. De eerste groep Grand Dessert heeft zo acht bijeenkomsten met elkaar gehouden met zeer uiteenlopende vorm en inhoud. Dat komt doordat alle deelnemers hun eigen talenten en ervaringen inbrengen bij het vorm en inhoud geven aan een thema. Soms organiseert iemand een thema alleen, soms vindt een subgroep elkaar bij de voorbereiding.

Met of zonder begeleiding? De eerste groep Grand Dessert, die is ontstaan op initiatief van de Stichting Bij de Tijd, heeft gebruik gemaakt van een externe begeleider. Nu we in die eerste versie de werkende principes met elkaar hebben ontdekt, gaan sommigen van ons verder met nieuwe groepen. Dan werken we niet als extern begeleider, maar als deelnemer-met-ervaring. Meedoen met Grand Dessert maakt iedereen wijzer.

Wil je meer weten over Grand Dessert, meedoen of er zelf één opzetten? Kijk dan hier voor meer informatie.


Oud Jaar – Nieuw Jaar

Er is geen stringente reden dat we een jaarwisseling hebben, noch dat we die nu hebben. Een open deur natuurlijk, want overal in de wereld eindigt en begint de jaarcyclus op verschillende momenten. Als de jaartelling alleen diende om het makkelijker te maken te vertellen wanneer iets is gebeurd, dan zou het geen feestelijkheid hoeven zijn. Maar het is een ritueel, het afsluiten van het ene jaar, het begin van een nieuw jaar.

We laten het oude jaar achter ons en beginnen aan een nieuw, schoon, onbeschreven jaar. Alle teleurstelling, ongeluk en akeligheid, streep eronder. Vuurwerk weert het af. We krijgen een nieuwe kans.

Er is veel van 2015 dat we graag zouden afronden en achter ons laten. De vluchtelingenstroom, de werkloosheid, het milieuvraagstuk,  de oorlogen. Als ik eerlijk ben, zou ik alles echt achter het vuurwerk willen laten, niet meer zien, weg ermee. Kinderlijk verlangen zit in zo’n ritueel verborgen. Kon je maar alles wegdoen en opnieuw beginnen.

De wereld staat bij ons op de stoep. Vluchtelingen hebben letterlijk alles achter zich gelaten en willen een nieuwe kans. Nederlanders die werkloos geworden zijn of jongeren die net op de arbeidsmarkt komen, hebben hun zekerheid moeten loslaten en willen ook een (nieuwe) kans. Het milieu, de energievoorziening, niets kan blijven zoals het is. De problemen zijn groter dan we in ons eentje met goede voornemens aankunnen en gaan niet weg door het oude jaar te achter ons te laten. De veelgeciteerde uitspraak van Einstein komt in me op “Problemen kunnen niet worden opgelost in dezelfde context als de context waarbinnen ze zijn ontstaan”. Op al deze gebieden moet het echt radicaal anders.

Kantelen noemt de transitiekunde dat. Dat wil zeggen dat er overal mensen opstaan die initiatieven nemen om het radicaal anders aan te pakken. Eerst zijn het experimenten, er mislukken er ook veel, maar als er voldoende binnen één sector stand houden, dan ontstaat de kritische massa die nodig is om het hele systeem in die sector te doen kantelen. Optimisten denken dat in Nederland binnen afzienbare tijd veel sectoren zullen kantelen. Op hun website Nederland Kantelt  staat een groeiende verzameling van nieuwe ontwikkelingen. Ook stadsdorpen zijn een vooorbeeld van kantelen.

Een nieuw begin is er dus al. Maar nog lang niet genoeg. Voor de vluchtelingen hebben we nog geen vernieuwende oplossing. Voor de werkloosheid ook niet. Veel verkeert nog in het stadium van mooie nieuwe ideeën die wachten op initiatiefnemers èn meewerkers.

Wat zullen wij samen maken van het nieuwe jaar 2016?


Wit organiseren

In de veranderkunde is de taal van de kleuren, die door Leon de Caluwé (later samen met Hans Vermaak) is ontwikkeld, gemeengoed geworden. Onder anderen organisatie-adviseurs en leidinggevenden maken gebruik van deze typologie van strategieën om een geplande verandering in gang te zetten. De meesten hebben een of twee voorkeuren omdat ze nu eenmaal vaste overtuigingen hebben over hoe mensen in beweging komen. Via deze link kan men De Caluwé en Vermaak horen uitleggen welke opvattingen over organiseren de vijf kleuren typeren.

De kleur wit lijkt het minst makkelijk te gebruiken. Kort weergegeven lijkt witdruk-denken (zoals zij het noemen) op Wu wei, het oosterse principe van niet-doen. Er is altijd al beweging, mensen veranderen, maar willen niet veranderd worden. Wie graag wil dat er gerichte verandering plaats vindt, zou de stroom van verandering kunnen proberen te beïnvloeden door obstakels weg te nemen; zoals men een beekje kan verleiden een andere bocht te nemen door grote stenen weg te halen en die elders neer te leggen. Waar precies de verandering uitkomt is niet te zeggen, maar dat is ook niet de bedoeling. Het woord “moeten” komt in het jargon van de witdruk-denker niet voor. Ook ik vond witdruk-denken lastig te gebruiken, totdat ik mede-initiatiefnemer werd van één van de stadsdorpen in Amsterdam.

Alleen mensen die uit zichzelf voelen voor het idee stadsdorp, melden zich aan. En welk idee het dan is, wat een stadsdorp wel of niet is, bepalen ze vervolgens mede zelf. Wie wil doet mee aan een activiteit die iemand anders, die zin heeft, heeft georganiseerd. Op die wijze zijn o.a. een vogel-kijk-groep en een breicafé ontstaan, maar ook een kunstavond. Soms doet iemand een voorstel voor een nieuwe activiteit, maar is niet bereid de organisator ervan te zijn. Dan is die activiteit er dus (voorlopig) niet.

Zodra  “je zou toch eigenlijk moeten” doorklinkt, schrikken mensen terug. Dat is dus één van de obstakels die wij als initiatiefnemers wegnemen: het gevoel dat er iets moet. De binnenbuurten, die bedoeld zijn om met elkaar een vorm van nabuurschap te creëren, kennen zo min mogelijk afspraken. De belangrijkste spelregel is, dat als voor iemand van de binnenbuurt de nood aan man komt, aan alle anderen gevraagd mag worden in hoeverre hij/zij tijd en gelegenheid heeft om een handje te helpen. Men legt zich dus niet tevoren vast om de een of andere dienst te leveren.

Sommigen vinden dat moeilijk te geloven. Niet zelden horen we: “Wat een goed initiatief, zo’n stadsdorp. Maar ik heb het te druk om mee te doen.” We blijven herhalen dat je ook deel kunt uitmaken van het stadsdorp als je niets doet behalve je inschrijven. Men hoeft ook niet te betalen;  immers in een dorp betaal je ook niet om dorpsbewoner te zijn.

Nog een manier waarop het stadsdorp “wit” is georganiseerd, is het creëren van de gelegenheid om elkaar te ontmoeten. Voor de maandelijkse sociëteit hoef je je niet aan- of af te melden. Je kunt gaan als je zin en tijd hebt. De medewerking van een hotel door een ruimte beschikbaar te stellen, maakt het mogelijk zonder vaste kosten de sociëteit te organiseren.

Zo groeit het stadsdorp langzaam maar gestaag. Wij, initiatiefnemers, leren wat wel en niet kan in dit specifieke stadsdorp. Want ook dat is “wit”organiseren: meegaan met de cultuur van deze buurt. En ook wij doen alleen wat we zelf graag willen doen.